Ons pedagogisch project

Onze waarden in woorden

Enkele voorbeelden uit de klaspraktijk

Onze Christelijke inspiratie roept ons op...

  • Om als school elk kind te accepteren zoals het is. De kleuters krijgen de kans om op eigen tempo, in geborgenheid, in een open sfeer en in een liefdevolle omgeving te groeien en zich te ontwikkelen.

Kleuters mogen hun knuffel meenemen tijdens de eerste dagen op school. De juf heeft oog voor de talenten van ieder kind. Elk oudergesprek begint dan ook met deze positieve noot. Als school zijn we eerlijk over wat er minder goed gaat. Samen zoeken we dan een oplossing. In onze school krijgt iedere kleuter zorg op maat, volgens wat hij of zij nodig heeft. Dit gebeurt in de klas of in de zorg-startersklas, in nauw overleg met het schoolteam, ouders en andere betrokkenen.

  • Om als katholieke school alle kinderen te laten kennismaken met het christelijk geloof, de christelijke traditie(s) en de figuur van Jezus.

Samen een kaars aansteken, samen een stiltemoment beleven, samen een verjaardag vieren, samen vertellen over en luisteren naar verhalen van Jezus…

Samen met (groot)ouders vieren we Kerstmis, Werelddierendag, Lichtmis, enz.

  • Om als katholieke dialoogschool alle kinderen, los van religie, levensbeschouwing of achtergrond te verwelkomen vanuit een fundamenteel respect voor iedere mens.
    Op deze manier bereiden we onze kinderen ook voor op een toekomst in de huidige, zeer diverse samenleving.
    Deze verscheidenheid wordt door onze school als een rijkdom beschouwd.

De kleuters in de klas ervaren op een speelse manier elkaars gewoontes, verhalen en achtergrond: ze ontdekken bijvoorbeeld dat sommige kinderen geen brood maar een soort pannenkoek eten, dat sommige meisjes henna op de handen hebben, traditionele kledij dragen, dat niet iedereen dezelfde taal spreekt, verjaardagslied in eigen taal zingen, enz.

Ze ontdekken van jongs af aan hoe 'anders' en tegelijk 'gelijk' de ander kan zijn. Iedere leerkracht stimuleert onze kleuters om liefdevol én respectvol om te gaan met anderen.

De school wil werk maken van een degelijk en samenhangend onderwijsaanbod

We bieden ontwikkelingskansen voor de totale persoon van het kind.
Daarom werken we vanuit belangstellingscentra waarin het aanbod van de kleuterleidster sturend is, maar waar ook de kleuters het thema verrijken. Samen exploreren, samen spelen, knutselen, naar elkaar luisteren, samen genieten, een boeiend verhaal beluisteren… 
Het is maar een greep uit het dagelijkse leven op school. Een veelzijdig aanbod dus.

Groeien volgens eigen tempo en eigen noden is daarbij belangrijk. 
We proberen een duidelijke structuur aan de kleuters te geven. Vaste rituelen en een duidelijke, structurele aanpak verhogen de veiligheid en verhelderen het leerproces.
We willen de drempel tussen school en thuis zo laag mogelijk houden. Omdat samenwerking belangrijk is, plannen we oudercontacten.
Het doorspelen van informatie in functie van de groeikansen van de kinderen wordt zo geoptimaliseerd. 

Enkele kleuters uit de derde kleuterklas tekenen de vlag van het land waar ze vandaan komen. Dit vormt een idee voor de juf om iets over hun land van herkomst op te zoeken, in de klas op de wereldkaart aan te duiden, over leefgewoontes te vertellen… 
Tijdens het gestuurde thema 'Sinterklaas' merkt de juf dat de kinderen dit jaar erg bezig zijn met schoenen. Ze besluit de klemtoon in het thema op schoenen te leggen en zoekt enkele activiteiten hierover.

Een duidelijke, gevisualiseerde daglijn wordt dagelijks overlopen tijdens het onthaal in de klas. Zo weten de kinderen wat er die dag te gebeuren staat.
Er worden regelmatig oudercontacten georganiseerd waarbij de werking van de klas wordt toegelicht. Er is extra visueel materiaal aanwezig in de school en tijdens deze contacten (foto’s, filmpjes… zodat elke ouder hierin gemakkelijk de weg vindt. Ouders kunnen ook zelf in de klas terecht om hun kleuter aan het werk te zien. Het dagelijkse praatje aan de klasdeur en op de speelplaats houdt het contact tussen juf en ouders levendig.

Als schoolteam willen we de onderwijssamenhang bewaken door regelmatig te overleggen. We streven daarbij naar een vlotte en doordachte doorstroming van de groep jongste kleuters tot de derde kleuterklas.

Om de 14 dagen wordt er overleg voorzien tussen leerkrachten van dezelfde graad. Dan geven ze inhoudelijke vorm aan het belangstellingscentrum. Dit wordt afgestemd op elkaar.
Op geregelde tijdstippen tijdens vergaderingen zetten we met het hele team het optimaliseren van het aanbod doorheen de school centraal.

We willen doelgericht werken vanuit een stimulerende en uitdagende leeromgeving.

Vier fundamentele wegwijzers voor goed kleuteronderwijs zijn:

► geborgenheid

► stabiliteit en structuur

► welbevinden en betrokkenheid

► zelfstandigheid

Dit vormt de basis voor een positieve ontplooiing: “Ik voel me goed in de wereld om me heen en met de mensen rondom mij”. Een knuffel, een lief woordje doen zoveel meer…
Het is belangrijk dat de kinderen steeds bij de juf terechtkunnen en zich thuis voelen op school. 

Kleuters mogen bij de juf weleens op schoot, worden getroost als ze verdriet hebben. Kleuters tekenen zoveel mooier als de directeur belangstelling toont bij een klasbezoekje, kleuters die het moeilijk hebben verdienen extra bescherming…

Kinderen ontwikkelen zich spelenderwijs in een omgeving met veel kansen tot experimenteren en waarin ze veelzijdige ervaringen kunnen opdoen.
Aangepast en aantrekkelijke materialen zijn daarbij belangrijk. Het zelf doen en ervaren is belangrijker dan een mooi afgewerkt eindproduct.

We stimuleren kleuters tot ontwikkeling van eigen initiatief en doorzettingsvermogen. Duidelijke regels en afspraken zijn daarbij belangrijk.

De kinderen van de derde kleuterklas mogen de broodmanden ’s middags klaarzetten en ophalen, peutertjes worden gestimuleerd om zelf hun jas aan te doen, oudere kinderen om zelf hun rits dicht te doen, kinderen kiezen zelfstandig uit het aanbod in klas, enz.

Met eigentijdse methodes en middelen willen we deze wegwijzers realiseren.

Schrijfmotorische vaardigheden ‘Krullenbol’, ‘Dag Jules’ en ‘Anna’ voor de jongsten, ‘Loeloe’ voor de iets oudere kleuters, iPads en laptops, in de klas, een polyvalente snoezelruimte,….

We hebben aandacht voor de ontplooiing van elk kind vanuit een brede zorg

Door de evolutie van de kinderen regelmatig op te volgen, door een aangepast zorgaanbod en door regelmatig kind en werking te evalueren, krijgen de kinderen optimale groeikansen.

Vanaf de groep jongste kleuters  vindt er ongeveer wekelijks een zorgoverleg plaats tussen de klastitularis, zorgcoördinator, brugfiguur en de directeur. 
Het zorgoverleg is de sleutel tot bijsturen. Samen zoeken we naar ideeën om kinderen te helpen in hun ontwikkeling. Dit door structuur te geven, het welbevinden te verhogen, kinderen weerbaar en zelfredzaam te maken, de ontwikkelingskansen te verhogen, enz. 
Er wordt ook nagedacht over welke externe stappen er eventueel verder kunnen worden gezet om de ontwikkeling van het kind te stimuleren. 

We proberen aan de zorgnoden van elk kind afzonderlijk te werken en bieden zo zorg op maat.
Elk kind is immers verschillend en iedereen verdient een duwtje in de rug, op welk vlak dan ook.

Deze observaties en acties worden ook verder ondersteund door het afnemen van toetsen. Dit gebeurt vanaf de 2de kleuterklas één keer per jaar. Zo wordt ons beeld verruimd om de ontwikkeling van het kind te optimaliseren.
Deze zijn slechts een indicator, observeren door de juf is belangrijker!

Kinderen uit  de 2de en 3de kleuterklas die door omstandigheden geen of nauwelijks schoolervaring hebben, worden toegewezen aan de extra zorg-startersklas 2/3. Ze krijgen er een schooljaar de tijd om hun achterstand in te halen. Het volgende schooljaar sluiten ze aan bij een reguliere klasgroep. Ook kinderen van deze leeftijd die écht meer zorg nodig hebben vervoegen deze klas. Dit is een win-winsituatie: de klasgrootte en de zorg vermindert in de reguliere klas en in de zorg-startersklas krijgt elk kind een eigen zorgtraject.
De jongste kleuters kregen de laatste jaren een extra klas om de klasgrootte en een individuele aanpak haalbaar te houden. Een slaapklas is een extra troef voor de jongste kleuters. Immers, een uitgeslapen kind is tot meer leren in staat.

Een 5-jarig kind uit oorlogsgebied dat halverwege het schooljaar bij ons op school toe komt, krijgt de geborgenheid van een eigen klasje op maat (zorg-startersklas).
Een 5-jarig kind met schoolervaring dat verhuisd is en naar onze school komt, wordt in de reguliere klas opgenomen.

Het zorgsysteem steunt op een nauw overleg tussen klasjuf en zorgcoördinator.

Het zorgsysteem wil ook de ouders betrekken in de evolutie van hun kind. We willen dan ook doelbewust tijd maken om de ontwikkeling van de kinderen met de ouders te bespreken om zo groeikansen te optimaliseren. 
Dat plannen we op vastgelegde momenten maar ook onvoorzien maken we graag tijd voor extra overleg.

De belangrijkste zorgstappen worden geregistreerd in een informaticasysteem, toegankelijk voor alle leerkrachten. De hele schoolloopbaan van het kind wordt op die manier in kaart gebracht. Zorg wordt zo in een bredere context gezien.

Als we deze weldoordachte zorg geven, willen we ook eerlijk aangeven waar onze grenzen liggen. Doorverwijzen naar extra hulp kan een van de opties zijn. Een open communicatie met ouders en het CLB is hierbij belangrijk.

Zowel aan de klasdeur als tijdens vastgelegde momenten (oudercontact einde schooljaar) is er tijd en ruimte voor ouders en leerkrachten om te overleggen. 
Ouders worden ook steeds bij belangrijke evolutiegesprekken betrokken. 
Als een kleuter bijvoorbeeld niet tot spreken komt na veelvuldige zorg, nemen we na overleg met de ouders contact op met het CLB voor verdere hulp.

Dat alles kan als we werken aan een goede organisatie en een warme leefgemeenschap in de school

Openheid is hierbij ons sleutelwoord:

► Lage drempels voor kinderen en ouders naar leerkrachten en directie toe. In een open sfeer wordt graag tijd gemaakt voor een praatje.

► Vragen, bezorgdheden moeten bespreekbaar zijn en worden tijdig gesignaleerd.

De juf maakt dagelijks tijd voor een praatje, de ouders brengen het kind of halen het op aan de klasdeur, de deur van het bureau van de directeur staat heel vaak letterlijk open voor de ouders, ouders krijgen vaak de kans om met het schoolteam aan het schoolleven deel te nemen in de ruime zin van het woord. (bv. vrij in en uit, kleuterfeest, schoolfeest, babbelmomenten…)

► Regelmatig evalueren en bijsturen van onze werking, bv. op personeelsvergaderingen of op  overlegmomenten .

► Respect voor de mening van ouders, bv. via  babbelmomenten, oudergesprekken de tevredenheidsenquête op het einde van de derde kleuterklas, enz.

► Als ouders en de school samenwerken kunnen we de kinderen ‘VER-dragen’!

Uit regelmatige evaluaties zijn onder andere volgende zaken vernieuwd, aangepast of bijgestuurd: de koekjestrommel, extra kansen op water drinken, het dagelijks fruitproject, het sluiten van de schoolpoort tijdens de schooluren wegens veiligheidsredenen, vernieuwing van de speeltoestellen op de speelplaats, enz.

‘Toffe leerkrachten zorgen ervoor dat kinderen ontdekken waar ze goed in zijn. En dat ze daar geluk in vinden. Fijne taak toch?' (uit De Bond, 2001)